|
|
Hier volgt het wedstrijdverslag van de zwartewaterrace te zwartsluis
Ik ben hier te oud voor!!
Zaterdag 19 september.
Het is tien voor negen als ik op de afgesproken plaats aankom.
Tot mijn grote verbazing staat Gerda met de sloep al klaar en kunnen we meteen door rijden.
Een scherpere blik leert mij dat niet Gerda de bus met sloep bestuurt, maar Angela.
Zonder route of adres, maar met tom tom en een soort van locatie ingevoerd, zetten we koers
naar Zwartsluis en zonder omwegen arriveren we rond tien uur bij de kraan.
Angela zet ( voor het eerst in haar leven) maar al geheel volleerd de trailer met sloep achteruit onder de kraan
en al gauw kunnen we ons sloepje achter de Twirre afmeren. Ik parkeer mijn auto in de loods en
met alleen het hoognodige ( dat is dus zonder jas gezien de temperatuur van nu al 24 graden) plant ik
me in de sloep. Het is warm.
Om energie te besparen, laten we ons slepen naar de start. We zijn mooi op tijd om ons bij het
palaver en de inschrijving te melden. Het palaver maakt echter niet veel meer duidelijk dan de kaart,
dus worden er veel vragen gesteld. Was het de boei bakboord of stuurboord. Besloten wordt om gewoon
tussen wal en boei te blijven. Altijd lastig stuurboord/ bakboord situaties. En oh ja er past
slechts één sloep tegelijk onder de brug, in de sluis over de finish, dus als je met twee sloepen op de
eindstreep afkomt dan, uuuh nou ja, is dat wel leuk voor het publiek. Het palaver wordt afgesloten
met een succes wens en we maken ons op voor de start.
We roeien alvast weg van de kade. We mogen ( steeds één sloep per keer) als derde starten en daarom,
is fijn om vooral geen sloepen voor je te hebben, als je nog moet gaan starten. Snel maken we nog even
een praatje met de bemanning van aldaar afgemeerd schip. Dan is het tijd voor de start. We knallen onder
de eerste brug door en worden overdonderd door het geschreeuw van het voltallige Twirre team. Wauw kippevel.
verlaten wij Zwartsluis om koers te zetten naar Genemuiden. Na toch al gauw zo`n twintig slagen
constateer ik dat het vandaag veel te heet is om iets te doen en dus roeien we op slag 31 door!
Het is inderdaad heet en al gauw ben ik de warmte zat. Hoopvol kijk ik op de kookwekker die Gerda
als stopwatch gebruikt en recht voor me hangt. Hoewel ik weet dat we nog lang niet op de helft zijn,
heb ik toch enige hoop dat we iets zijn opgeschoten. Nou mooi niet dus!
We zijn slechts 33 minuten onder weg. Eerst maar een slokje. Ik heb zowaar twee pogingen nodig,
om het slangetje in mijn mond te krijgen en dat voorspeld weinig goeds. We hebben uitgerekend dat,
wij voor 18 kilometer ongeveer 144 minuten nodig hebben ( voor ons is dat dus 2 uur en 24 minuten,
voor Joyce 1 uur 44 minuten) Een snelle rekensom leert mij dus dat ik nog minstens twee uren in dit
ding moet zitten en ik wordt met iedere slag minder blij. Ondanks dat ik elke tien slagen opnieuw reken,
kom ik iedere keer tot dezelfde conclusie…. Volgens mij heb ik een groot probleem. Naast me
zie ik Saskia ploeteren het zweet op haar voorhoofd duikt fanatiek met haar mee. Ik niet.
Het lijkt alsof ik door de warmte verlamd ben. Normaal roeien is er nu al niet eens meer bij.
Gelukkig hebben we het keerpunt in Genemuiden al gehad en passeren we nu Zwartsluis.
Nu kunnen we beginnen aan het langste stuk richting Hasselt. In een hoog toerental,
maar lage versnelling, (niks "moderne tiden" in Hasselt "county") passeren we een stel niet al te
slimme vissers in een bootje. Ze liggen precies midden in het kanaal ( dus in het vaarwater)
en geloven ons niet geheel wanneer Gerda de heren waarschuwt voor nog minstens 60 sloepen die
weldra voorbij zullen komen. Ik wens de heren succes en ploeter voort. De gevoelstemperatuur
ligt inmiddels gelijk aan het slagtempo. Ik vind er nog steeds niks aan en ben er inmiddels van overtuigd
dat dat ook niet meer anders wordt. Nog maar een slokje dan en toch nog maar een keer rekenen.
Nee echt, het is vanaf nu nog steeds anderhalf uur roeien. Gelukkig wordt mijn aandacht even afgeleid
door een schreeuwende motormuis Berry en meteen bombardeer ik het punt waar hij staat tot herkenningspunt.
Ik weet alleen niet zo goed wat er te herkennen valt, maar ondertussen zijn we toch mooi
weer vijf minuten verder. Voor de spirit zetten we nog even aan om de Waterheks te kunnen inhalen.
Als we van die inspanning weer terug op de normale slag zijn, komt de brug van Hasselt in zicht.
Na deze brug nog tweehonderd meter tot het keerpunt en dan dat irritante, saaie rotstuk weer
helemaal terug roeien. Joepie. Ik ben nog steeds niet blij. Eenmaal om de boei
hoop ik ergens een stukje energie te vinden, waardoor ik de slag te pakken zou kunnen krijgen,
maar al gauw blijkt dat er vandaag geen fatsoenlijke slag bij zal zijn.
Dan maar weer en slokje en natuurlijk even rekenen. Nog twintig minuten en dan zijn we op de twee uren.
Ik kijk iedere vijf minuten naar de tijd in de hoop dat er toch minstens tien minuten voorbij zijn.
Nou mooi weer niet dus! Het punt waar Berry stond ben ik nu toch vaak genoeg gepasseerd
en om eerlijk te zijn heb ik geen flauw idee meer waar ik ben. Nog maar weer een slokje
en even kijken op de klok natuurlijk ( Je kunt ook gewoon niet kijken, maar je doet het lekker toch!).
Nog drie minuten tot de twee uren zijn volbracht. Dat zijn drie maal dertig slagen is
uuuuh uuuh…..shit wat is warm hier. Slokje…. Klok. Ineens is hij daar de magische grens van
twee uren geroeid. Zal ik het zeggen of zal ik weer vijf minuten wachten. Ok, ik zeg het
zacht tegen Gerda. Gerda deelt het heugelijke feit met de rest van de dames en de
conclusies worden getrokken. Angela baalt van het feit dat ze gewoon nog 40 minuten
( dat is 40 maal dertig slagen is 1200 slagen moet duiken en hangen) ik denk te weten dat ik
nog twintig minuten onderweg zal zijn en nog steeds niet lekker roei, en achter me
drijft de mars van Joyce al net zo moedeloos als ons van het bankje af. Stineke kijkt hoopvol
naar haar buiten bereik washandje en Jitske vind het ook best wel zwaar. Naast me vliegen
de zweetdruppels nog altijd met 30 per minuut om me heen. Shit wat is het warm. Slokje… klok…ach nou ja.
Plotseling zie ik naast me tekens van een bewoonde wereld.
Zou het zo zijn dat we er bijna zijn. Gerda verlost me met de woorden dat de laatste
boei in zicht is. De klok zegt 127 minuten. Dat is dus twee uren en 7 minuten dan moeten
we nog uuuuh…. Slokje…. Uuuh… 13 minuten ja of 33 minuten of uuuh…. shit wat is het warm.
Zomaar ineens ( na alweer vijf minuten) roept Gerda dat we er bijna zijn. Alleen nog even
die grote sloep met mannen voor blijven om fatsoenlijk onder de tweede brug (die echt vlak bij de eerste ligt),
te kunnen finishen. Natuurlijk laten we ons nu niet meer inhalen en de laatste dertig slagen
dat is dus een minuut, knallen we naar de eindstreep. De klok staat stil op 147 minuten.
Twee uren en 27 minuten geroeid en tien jaar ouder geworden.( En natuurlijk niks wijzer.
Iemand met verstand zou immers niet in de hitte in roeisloep zitte!) Ik ben doodop.
Saskia is ook niet bepaald meer fit en terwijl ze stukjes vel ( kapotte blaren) van haar riem
plukt haken wij aan, om direct naar de kraan te worden gesleept. Shit zelfs nu is het nog warm.
Snel haalt Gerda de trailer en kan de sloep gekraand worden. Via de auto lopen we door naar de
douches en al gillend komen we gezamenlijk tot de conclusie dat het niet alleen de handen
zijn die een stukje vel missen. Ook daar word je niet blij van. Na het douchen snel terug
naar het centrum en wachten op de uitslag. Ondertussen nemen we een kijkje bij het bungee-roeien
en al gauw heeft iemand het lef om te vragen of wij dat ook niet moeten gaan doen.
Natuurlijk zeg je geen nee en zitten we dus ietwat pijnlijk in een ietwat te grote sloep
met ietwat te zware waaibomenhout riemen aan een elastiek te roeien. Wij hebben het gered om
de sloep tot 33 meter te trekken alvorens weer terug geslingerd te worden door het elastiek.
De mannen van de Twirre hebben ons even op onze plek gezet door een ruime 38 meter neer te zetten
en dus hebben we geen beker gewonnen. De uitslag van de race deed later blijken dat we ook
daar geen geluk hadden. Van de 22 damesteams zijn we ( voorlopig) 13e geworden.
Feit blijft echter wel dat we al lang niet meer laatste of op een na laatste zijn. Er zit vooruitgang in.
We gaan naar huis. Volgende keer meer.
Na nog even het verjaardagsfeestje van een zwager te hebben bijgewoond, plof ik moe op bed.
|