|
|
Hier volgt het wedstrijdverslag van de grachtenrace te Amsterdam
Amsterdam 10 oktober 2009.
Angela en Saskia zijn alvast vooruit en halen ons waarschijnlijk ergens op de afsluitdijk wel in.
Ze hebben er, geloof ik, zin in, want de hele 30 kilometer dijk hebben we ze niet kunnen ontdekken.
Bij ons vaste (thee)tankstation komen we ze tegen en al gauw blijkt dat Angela en
ik de enige twee dames zijn die een optimale voorbereiding gehad hebben.
Saskia is nog altijd bezig met het verwerken van de sushi van de vorige avond en
oh ja ook de korte vakantie van de voorafgaande week, en de rest van de dames klaagt over slaapgebrek.
Terwijl de dames de week even doornemen is Gerda in gevecht met haar tankdop.
Het kreng werkt niet mee en er zit niets anders op dan een heer te vragen om hulp.
Hoe de vraag gesteld wordt, zult u zelf wel kunnen verzinnen en de reacties op de vraag natuurlijk ook.
Als het echter ook de heren niet lukt de tankdop te openen, komen bij mij de
beelden van de slag om de Zaan weer boven. Was het niet hier dat we pech kregen en niet aan de race toekwamen. En is het eigenlijk niet altijd hier als er iets niet goed gaat? Wellicht moeten we in de toekomst toch eens denken aan een ander theestation.
Gelukkig weet Gerda de dop de baas te worden en kan er met een volle tank koers gezet worden naar onze hoofdstad.
Keurig sluiten we achteraan in de rij voor de kraan. En na al gauw een minuut wachten,
besluit Gerda dat ze net zo goed over het gras kan rijden naar een kraan die niets te doen heeft.
Gelukkig hebben we sloep al los gemaakt en hebben we onze tenen geteld.
Enigszins beschaamt, lopen we achter ons bootje aan en laten we, met gevaar voor andermans leven, de sloep te water.
Het vizier van de kraanmachinist staat overduidelijk niet op scherp, want op een haar na
mist hij met onze sloep een collega roeister. (Gelukkig wist ze op tijd te bukken en werd
een klap tegen het hoofd voorkomen.) Het vertrouwen in de meneer van de kraan is weg en snel
trekken we onze sloep, die met een plof te water komt, weg uit de gevaren zone.
Deel 1 hebben we doorstaan.
In een sierlijke sliert worden wij samen met de andere grote sloepen (DIE NIET ACHTER ONS KLEINTJE AAN KUNNEN)
naar het Oosterdok gesleept. We zijn mooi op tijd. Met nog vijf kwartier tot de eerste start kunnen we ons
in alle rust klaarmaken.
Naast me op slag zit Saskia ze ziet er ongeveer net zo levendig uit als de vis die ze de avond ervoor
gegeten heeft en bedenkt zich nog even wat haar maag nu wil gaan doen.
Achter me zie ik een aantal dames gapen en Gerda staat relaxed op de kant te vergeten
dat het palaver aan de gang is. We zijn er dus helemaal klaar voor.
Tijd om te starten. Het broodje van Saskia schijnt te werken en de kleur van haar
gezicht komt zowaar weer tot normaal. Op naar de startlijn.
Er zijn twee sloepen niet gekomen en van de vier teams liggen dus alleen de
Waterheks en de Trochbiter aan de startlijn. De speaker weet dat deze twee teams
aan elkaar gewaagd zijn en hij voorspelt dus een pittige start.
Het startschot valt en de speaker en het publiek krijgen waar voor hun geld.
Met een niet bij te houden aantal slagen, sprinten we richting de spoorbrug.
We moeten de Waterheks voor blijven. Helaas lukt dat niet. Als tweede passeren we
de brug en komen we op het IJ. Dan hier onze slag maar slaan.
Met die gedachte in mijn hoofd gaan we door. Naast me hoor ik Saskia zeggen dat
ik best een beetje rustiger aan mag doen. Ik vraag me af of de slag dan niet op 30
zou moeten blijven, maar vooruit een slagje minder dus. We gaan weer verder.
Op nieuw vraagt Sas of ik nog iets rustiger aan wil doen en ik begin nu toch echt
te twijfelen of het goed met haar gaat, maar vooruit nog een slagje eraf dus.
Tot drie keer toe moet er een slagje af en als Gerda uiteindelijk de slag telt,
blijken we op 32 slagen per minuut te zitten. Ok, toegegeven ik liep iets te hard van stapel.
Die verrekte waterheks ook altijd.
Met eindelijk de juiste slag te pakken naderen we het lozingskanaal.
Het stukje van de route met ( zoals Angela na slechts een eerdere race in Amsterdam al weet) de vele woonboten.
Nog redelijk fris bekijken we de vele wooncreaties en merkt Jitske de bijzondere woonjungle op.
Ondertussen ziet Gerda de dames van de Waterheks gluren.
We komen steeds dichterbij en de dames voor ons werken zich behoorlijk in het zweet
om het onvermijdelijke voor te blijven. Het rode gevaar nadert.
Het Lozingskanaal gaat nu over in de Singelgracht de bochtjes en bruggetjes zijn
voor ons geen probleem en al snel halen we de eerste sloepen in.
We zitten de Waterheks nog altijd op de hielen.
De singelgracht komt uit op de Amstel en tussen de skiffroeiers door knallen we de Virgo voorbij.
Nog steeds geen Waterheks te pakken, maar we gaan, niet kapot te krijgen, door.
De route gaat verder over het Amstelkanaal. Dit stukje brengt ons bij het Olympisch stadion,
waar we op iets meer dan de helft van de race zullen zijn.
Het gaat nog steeds goed. We kunnen zelfs met een aantal slagen in een hoge versnelling
een sloep inhalen. Hoewel het stuk kanaal altijd langer duurt dan je zou willen en had bedacht,
bereiken we stadion in nog altijd redelijke staat, en lopen we hoe langzaam ook nog steeds
in op de Waterheks.
We draaien rond het stadion en we zijn even afgeleid door twee mensen met een volgens Gerda mooie fiets.
Ik heb vorig jaar de race niet geroeid en het valt me op dat de omgeving rond het stadion er ineens anders uit ziet.
Er is zowaar een bamboebos ( ? ) in het water geplaatst en de rest van wat ik aan stuurboord zie,
lijkt verdacht veel op teletubbie-land.
Gerda roept ons tot de orde. Als we de sloep(en) voor ons nog willen inhalen biedt het stuk route wat nu
voor ons ligt de uitgelezen kans. Met een brug in aantocht zetten we even aan en halen we de
dames van de Nou-en in. Alsof we niet moe zijn vraagt Gerda na de brug nog een versnelling
om ook de Wetterspetter in te halen. We doen braaf wat de stuur zegt en halen de dames uit Grou in.
We hebben nu de smaak te pakken.
De Waterheks strijd nog altijd om ons voor te blijven, maar met weer een versnelling komen we
naast ze te liggen. De waterheks zet ook nog even aan, maar wij winnen. De psychologische klap is uitgedeeld.
Met nog slechts een paar sloepen voor ons, hebben we het saaie stuk van de tweede en de derde Kostverlorenvaart gehad.
We draaien nu de Hugo de Grootgracht in. Voor ons roeien de heren van de Splitcase ( met 8 mannen).
We zitten op dezelfde snelheid en alleen bij een brug zijn we in het voordeel.
Inhalen zou kunnen, maar energie voor de zoveelste versnelling is er niet meer.
De heren voor ons beginnen nu ook uit te lopen op ons.
We roeien nu in de Prinsengracht en het publiek wordt talrijker.
In verband met een stremming is de route aangepast en in plaats van het zigzagwerk in de grachten,
steken we de Amstel over en roeien we de Prinsengracht helemaal uit.
De Splitcase komt weer in zicht en aan het einde van de gracht, kunnen we zowaar de heren inhalen,
waarbij zij, zeer hoffelijk, de riemen voor ons langszij doen. Ze bestaan nog …
Met een vriendelijk dankjewel knallen we door. We gaan terug naar de Amstel en passeren
de Stopera op het Waterlooplein. Op naar de finish.
Met nog een laatste brug te gaan ( en ja ook nog een loopbrug), komen we het Oosterdok weer op.
Nu nog even om Nemo heen en we zijn klaar. Een eindsprint moet nog lukken, maar niet te vroeg. Gerda bepaalt.
We gaan door het wordt stil. Met nog vijftig meter te gaan mogen we de eindsprint inzetten.
Veel sneller gaan we er niet echt door, maar de kick om alle restjes energie uit je lijf te trekken is geweldig.
Met het kippenvel op de benen, glijden we voldaan over de streep.
Even uitrusten aan de wal en dan meteen maar door naar de kraan.
We kunnen al snel een sleepje regelen, maar voordat er een hele sliert sloepen aan hangt
zijn we even verder. We wachten gelaten af.
Terwijl wij teruggesleept worden, schreeuwen we de teams die binnen komen naar de streep.
Het is nog rustig bij de kraan en we zijn snel aan de beurt.
Angela zet haar sprint in naar de auto. Ze had betaald tot half drie en het is nu behoorlijk wat later.
Bij haar auto treft ze de parkeerwachter en weet met een wel erg aannemelijk verhaal
( ik heb geroeid en ik kon niet sneller) een boete te voorkomen. ( En dat terwijl er al € 18,00 betaald was!!)
De overige dames zetten geroutineerd de sloep vast.
Al even geroutineerd tovert Joyce haar mobiel uit de zak en met de gedachte: "het zal je maar gebeuren…",
zwaait het ding uit haar hand, het IJ in. Pokkie foetsie.
De bus met trailer en sloep wordt geparkeerd naast onze oude sloep. Het verschil is nu duidelijk zichtbaar.
Met het pondje gaan we terug naar de feesttent om op zoek te gaan de douches. Bij de brandweerkazerne
vinden we de rij voor de vier dixie-douches. ( Rekent u even mee: 100 sloepen maal
gemiddeld 8 sporters is zo`n 800 mensen). We besluiten dat de heren ( daar waar vreemde genoeg geen rij staat)
het geen bezwaar vinden om de douche-unit te delen.
Ik mag gerust eerst en ontdek als ik onder het summiere straaltje sta waarom ik voor mocht.
Het douche-je is KOUD!!!!.
Snel spoel ik me af en gaan we terug naar de tent.
Het is vijf uur. De prijsuitreiking is ( al?!) om half acht en dus gaan we traditiegetrouw op zoek naar de Mexicaan.
Ook geheel volgens traditie dwarrelen we de straten over zonder uit te kijken en nu zelfs ook zonder op een stoep
te lopen.
De Mexicaan heeft blijkbaar op ons gerekend en heeft de zaak uitgebreid. We mogen in de nieuwe "zaal" naast de oude.
Ik vraag me af of ons jaarlijkse bezoek hem goed doet, maar een blik naar de afwerking van het geheel
maakt duidelijk dat, dat niet het geval is.
We eten lekker en gaan met een gevulde maag terug naar de tent.
De uitslag komt zowaar op tijd en om acht uur staan we weer (zonder beker) op het pondje.
Dat de overige teams al net zo goed waren ( of een beetje beter) blijkt uit het feit
dat we, van de 37 damesteams, als 19e geëindigd zijn. Niet slecht, maar nog altijd in het "linker rijtje" en
dat is wat we niet willen.
In Muiden gaan we voor het laatst dit seizoen knallen.
|