Slag om de Zaan werd strijd om een briesje.
Zaterdag 23 april was het tijd voor de eerste echte wedstrijd van het seizoen.
De slag om de Zaan. Een race van geen 23 kilometer ( dat was slechts de datum) maar 17,3 kilometer wat vooral voor onze herintreder Gerda een hele opluchting was.
Voor de verandering werd de race (opgesplitst in een dames en heren race) voor ons in de middag geroeid en was er dus op zaterdag ochtend, voor hen die er te laat achter
kwamen dat de winkels op goede Vrijdag geen koopavond hebben, nog tijd om de boodschappen te halen. Bovenaan het boodschappenlijstje stond de zonnebrand want het beloofde
een warme zonnige dag te worden. En warm was het.
Ik had in dit verslag verder kunnen citeren uit het verslag van de zwarte water race in 2009 en dus begin ik maar weer met:” shit wat is het heet, bah wat is het heet,
oooh wat is het heet!” Tot zover de weersomstandigheden.
Na een zeer vlotte rit vanuit Harlingen, geheel verzorgd door onze stuur stuur Martijn, komen we volgens planning rond half twaalf aan bij de kraan. Het kranen verloop
vlot en al snel kunnen we genietend van de zon wachten op de finish van de heren die een voor een voorbij schuiven. ( Dit als gevolg van het omkeren van de startvolgorde
waarbij de langzaamste sloepen als laatste starten en zo geen obstructie kunnen veroorzaken voor de snellere sloepen).
Onze start zou oorspronkelijk om 13.50 uur plaatsvinden echter door het late finishen van de heren en het ruimte moeten maken voor de beroepsvaart werd de start uitgesteld
naar 14.30 uur. Voor ons betekende dit, dat we na het verslepen naar de startlocatie nog ca een half uur lagen te dobberen op de veel te hete Zaan. Phoe wat is het heet!
Eindelijk is het tijd om te starten. De procedure die een kwartier in beslag zou nemen is mede dankzij de starter zelfs nog verkort tot 10 minuten en bijna als laatste sloep
mogen wij beginnen aan onze race.
De route voert ons eerste terug naar de feestlocatie om er vervolgens voorbij te varen en onder de brug door koers te zetten naar het eerste keerpunt. Al voor dit eerste
keerpunt heb ik ruzie met mijn riem. Door een goed bedoelde actie van Martijn ( de dol inspuiten met vet tegen het piepen) is er vet op het leer van mijn riem gekomen met
als gevolg dat het k.. ding alle kanten op gaat behalve de juiste. Ik ben er al helemaal klaar mee en we zijn nog maar amper onderweg. Bah, wat is het heet.
Bij vlagen gaat het prima met ons, maar chagrijnig als ik ben heb ik het niet door. Ik blijf hangen in mijn bui en niets lijkt goed. We zijn inmiddels gekeerd en met de
wind tegen en dus eindelijk een licht briesje om af te koelen, lijkt het er even op dat ik zowaar de slag te pakken krijg. De feestlocatie waar we eerder voorbij kwamen lijkt
eerder voorbij te komen dan verwacht en ik krijg weer een beetje hoop. Wanneer we Jitske horen brullen, veren we even op.
De slag is nog altijd wisselvallig en echt veel kracht zit er ook niet in. Het wordt een kwestie van de finish halen. Nog altijd mopperend ( en soms iets te luid) ploeteren
we door naar de startlijn. We zijn dan slechts op de helft van het traject. Een lang en heet stuk roeien volgt. Alsof de warmte nog niet genoeg is, bevinden we ons nu op een stuk
vaarwater waar ook de golven zich tegen ons keren. De snelheid zakt tot een bedenkelijke 5,3 km per uur. Ik in mijn slechte humeur vind dat beschamend, maar zeg het niet hardop.
In plaats daarvan begin ik samen met Gerda met de stuur mee te tellen, in de hoop een soort van ritme terug te kunnen krijgen. Het helpt en af en toe begint de sloep weer goed
vooruit te komen. We maken een bocht en gaan ( een ook veel te lang stuk) op naar het keerpunt. Met enig medelijden worden we aangemoedigd door een toevallige passant. Ik probeer
de slag lang te houden, maar achter me voel ik dat de kracht weg is. Martijn weet ons te melden dat het keerpunt zich voorbij de volgende brug bevindt en dat de eersten gekeerd zijn.
Ik concludeer daaruit dat terug naar de finish dus voorlopig nog niet aan de orde is. Pas als ik de Bruzer zie die veel sneller als ons is, maar toch later is gestart en ons dus direct
ingehaald heeft, besef ik dat we het keerpunt naderen. Eindelijk komt het verlossende punt en mogen we terug naar de finish met het nog steeds veel te hete zonnetje recht in
ons gezicht, prutsen we verder. Van goed roeien is er geen sprake meer, het wordt inderdaad een kwestie van overleven. We tellen maar weer eens mee en hoewel de wil er is,
lukt het bijna niet meer om gelijk te roeien we zakken weg in gedachten en pas als Martijn geheel onbedoeld te strak langs een boei gaat en de klappen van de riemen ons wakker
schrikken lijkt er weer een soort geestkracht te ontstaan. ( even kwaad worden schijnt toch altijd weer te helpen). In alle opwinding zijn we ondertussen beland bij de
( volgens Martijn) laatste brug. Gelukkig heeft Gerda goed opgelet en weet ze ons vanuit de boeg toe te schreeuwen dat er nog twee bruggen volgen. Het stukje Zaan met onrustig
water volgt weer, en daarna volgt de echte laatste brug. Na de brug is het nog 150 meter tot de finish. Voor onze roeisters voelt dit echter als het dubbele en dus wordt Martijn
gecorrigeerd. De brug is gepasseerd en we horen de speaker in de verte. Een eindsprint zit er niet meer in, maar met de allerlaatste krachten persen we er nog een aantal ferme
slagen uit, en glijden we gesmolten opgebrand en uitgeblust over de finish. Getver was is het heet.
Al snel worden we blij gemaakt met een flesje drank en kunnen we aanhaken om terug naar de feest/kraanlocatie gesleept te worden. Dat de sleper hetzelfde flesje drank al
achter de kiezen heeft blijkt wanneer hij de hele breedte van de zaan nodig heeft om ons in colonne terug te krijgen. Het kranen gaat weer soepeltjes en al snel kunnen we op
zoek naar de welverdiende douche die er bij nader inzien niet blijkt te zijn. Dan maar in de blote kont achter de gele bus. Met de vooraf gekochte maaltijd en consumptiebonnen
gaan we zo rond half zes naar het buffet en genieten we ( binnen en uit de zon) in alle rust van de maaltijd. De prijsuitreiking die ondertussen al aan de gang is boeit ons
niet echt. We sturen Martijn er op uit om een uitslagenlijst te halen en komen na een korte studie tot de ontdekking dat we van de 26 sloepen toch nog 13e zijn geworden.
We hebben 2.40.20 uur geroeid en daarmee een vermogen van 42,85 watt geleverd. Voor wie het wil weten; we hadden slechts een dikke tien minuten sneller moeten roeien om eerste
te kunnen worden. Het valt dus allemaal nog best wel een beetje mee. Met fanatieke trainingen komen we een heel eind. Op naar de volgende race in Lemmer.