![]() |
RV Ambiorix | |
|
HT 2011
Trochbiter werd zandhapper.Donderdag 2 juni. Het is perfect weer, geen wind en een graad of 20. Het is moeilijk voor te stellen dat de voorspellingen voor de dag later zo anders zijn. Er wordt windkracht 5 verwacht en wel uit noord oostelijke richting. Voor ons in de Trochbiter betekent dit de hele route wind maar vooral ook golven tegen. Slecht nieuws dus. Wat ook al niet mee zit is dat Jitske heeft moeten afzeggen als gevolg van ziekte van Pfeiffer en we nu, na enig ruilwerk, een geheel nieuwe team samenstelling hebben in de sloep. Zo zit ik niet langer op bakboord slag, maar ben ik verhuisd naar stuurboord en is Stieneke, vanuit de boeg, naast mij op slag gaan zitten. Donderdag avond arriveert onze volgboot “Deborah” en kunnen we de tassen aan boord brengen. Even blijven we aan boord en bespreken we de dag die gaat komen. We komen tot de conclusie dat, als we het Schuitegat halen, we het zwaarste gehad hebben en Terschelling wel zullen halen. Ondanks deze theorie bekruipt ons (Gerda en ik) een onbehaaglijk gevoel alsof er iets niet helemaal klopt. Vrijdag 3 juni. Na een snel ontbijt wordt ik naar de sloep gebracht en neem ik afscheid van man en kinderen. Het gaat gebeuren. Samen met Petra maken we de sloep klaar en al gauw komen de andere dames aan boord. Om kwart over negen zijn we los van de steiger en gaan we, in colonne, naar de Willemshaven, waar de start van de 37e Harlingen -Terschelling race zal zijn. Met een bezorgde blik bekijken we de vlaggen, die al strak staan. De voorspellingen worden waarheid en meer nog. Na een snel bezoek aan ons volgschip, waar we de overbodige ballast dumpen, leggen we aan de andere kant aan, om te kunnen beginnen met instaleren. De schaapjes recht, de zonnebrand op de neus en de drinkslang ( door de broek bh en vast aan het bandje ) testen om tot slot ( met fles en al) uit de sloep te stappen om naar de wc te gaan. Nog snel krijgen we een bezoekje van een toch hevig balende Jitske. Ze wenst ons sterkte en weet dat we het gaan halen. De start. Met het ongelukkige startnummer 21, moeten we aan de kant van de pier starten. De vorige twee sloepen die hier aan het touw hingen, kwamen in grote problemen door de sterke zijwind, welke ze tegen de meerpaal aan duwde. Wij kiezen ervoor om niet aan het touw te gaan hangen, maar met de nodige inspanning ongeveer recht voor de lijn te blijven. Dit bleek een goede keus te zijn. Het startschot valt en we kunnen zonder problemen de haven uit roeien. We zijn weg nu moet het gebeuren. Als een paard en wagen dat over een grindpad rijdt, hobbelen we richting de Polledam. Stieneke heeft moeite de slag te vinden. Vanuit de boeg smijt Gerda met adviezen, maar desondanks duurt het toch een half uurtje eer we elkaar op slag gevonden hebben. De eerste twintig procent van de Polledam hebben we gehad. Dat we na een half uur nog niet eens op de helft van de Polledam zijn, heeft te maken met het feit dat we niet alleen golven en wind, maar ook de stroom tegen hebben. Het schiet niet bepaald op, echter een blik naar links en recht doet mij concluderen dat, we wel degelijk leuk mee doen. Rechts van ons vaart de Plancius ( een sloep met tien roeiers links van ons de Masrova een sloep met 8 roeiers en vlak voor ons, onze oude sloep, de Skomskowster. Gezamenlijk ploeteren we door naar het einde van de Polledam waar ieder zijn eigen, meest gunstige, weg zoekt. Via de Polledam komen we in de Blauwe Slenk, een stuk van het traject waar we zowaar weer even lekker kunnen roeien. De wind zit nu van op zij en we hebben haar een klein beetje mee. We beginnen sloepen in te halen, maar worden ook door nog veel meer sloepen uit latere startgroepen ingehaald. Zo komt de Brijbek voorbij en ook de dames van Kampen (afkomstig uit Kampen) en de Bartix vliegen ons voorbij. De Skomskowster moet het tegen ons afleggen en met goede moed stromen we door naar de Vliestroom. Hier vliegt de Twirre ons voorbij. Nu hebben we opnieuw wind en golven tegen het tempo zakt naar slechts twee kilometer per uur. Naast me hoor ik Stieneke vloeken. ( iets wat ik zeer zelden hoor een waar ik op uit maak dat ze het even niet ziet zitten.) In de hoop dat we er samen weer uit komen, begin ik hardop mee te tellen, zoals ik dat in Lemmer ook deed en wat daar toch een beetje hielp. Nu echter, is de zee te wild en lukt het haar niet de slag te pakken te krijgen. In de boeg zijn Gerda en Joyce ( die zonder training is ingestapt) in twee doorweekte van het zout wit uitgeslagen zeemeerminnen veranderd. De golven die in de sloep klappen worden iedere keer met een gil van schrik opgevangen. Het water is koud en begint zijn tol te eisen. Ondertussen gaan we met een korte slag door en, zonder dat ik het door heb ( Griend volledig gemist), zie ik ineens Vlieland voorbij komen. Blijkbaar zijn we al een tijdje in de Vliestroom en in een helder moment zie ik dat de volgschepen ons al verlaten hebben om via de West-Meep naar Terschelling te kunnen komen. We staan er nu alleen voor en moeten dus vanaf nu maar zien hoe we op het eiland komen. Met de mededeling dat de Schuitegat boei ( weliswaar door de verrekijker) al in zicht is, bedenk ik me, dat we een grote kans maken om Terschelling te halen, ondanks dat het nu even niet zo goed gaat. Ik kijk een beetje opgelucht om me heen en plots valt mijn oog op de rugvin van de bruinvis. Ik vraag me af, hoe lang ik al op het water zit en of mijn brein en mijn ogen al aan het ontleden zijn, tot ook Petra het dier dat voor de tweede keer boven komt, ontdekt. Gelukkig, ik ben nog volledig bij mijn verstand. Terwijl ik denk aan wat we in het Schuitegat, met stroom tegen, nog voor onze kiezen zullen krijgen, hoor ik vanuit de boeg de vraag wat we moeten gaan doen. Blijkbaar vindt Gerda, dat het zo slecht gaat, dat we wellicht moeten opgeven. Die gedachte was nog helmaal niet bij me op gekomen en verbaasd reageer ik, door te vragen, hoezo en waar we in godsnaam zijn. Alsof dit de druppel was, begint Stieneke aan haar tweede leven en hervindt ze haar slag. Zomaar ineens is daar dan die felbegeerde schuitegatboei. Enigszins gerust weet ik dat we het nu wel gaan halen. ( Als je eenmaal uit de Vliestroom bent, heb je meest onrustige zee wel gehad en hoef alleen nog maar even anderhalf uur tegen de stroom in naar het eiland te roeien. We hebben de slag weer te pakken en halen de Plancius en de Masrova in. Ook halen we voor de tweede keer de dames van de Wetterspetter is. Vlak voor ons zitten de dames van de Skomskowster met naast hun de Tobbe! Wauw wat zijn we stoer. De Vliestroom getrotseerd en het Schuitegat gehaald de Tobbe ingelopen en de grote sloepen naast ons het nakijken gegeven. Met hernieuwde krachten kruipen we met de stroom tegen het Schuitegat door. Ik zie onze stuurman Martijn een beetje zenuwachtig worden en een blik over mijn schouder, maakt duidelijk waarom. Het water in het Schuitegat is weg! Alle sloepen ook de kleine kunnen niet meer roeiend door de bijna drooggevallen geul. Roeiers en roeisters springen met man macht uit hun sloepen om de sloep met vereende krachten door de laatste twintig centimeter water te duwen. Ons wacht hetzelfde lot en al gauw begint de eerste te roepen dat de riem de grond raakt. Al snel is roeien niet meer mogelijk. Martijn springt uit de sloep. De dames roeien door, maar het heeft geen zin meer, het waterpeil zakt snel en we moeten allemaal inclusief Gerda de sloep uit. Zonder aarzelen spring ik in het koude bodempje water en begin ik te duwen. Na tien minuten bedenk ik me dat roeien zelfs na vijf en een half uur ( want zolang zijn intussen al onderweg) toch nog steeds leuker is dan sloepduwen. Voor me zie ik de Tobbe letterlijk op ons uit lopen. Ze krijgen hulp van de mannen van KNRM en na 100 meter kunnen zij weer terug in hun sloep om de race af te maken. ( later blijkt dat zij Terschelling gehaald hebben en daar bijna 7 uren over gedaan hebben.) De enige hulp die wij krijgen bestaat uit goed bedoeld maar volledig verkeerd advies. De Trochbiter komt alleen maar vaster te zitten en zonder hulp redden we het niet meer op, om de laatste 100 meter af te leggen. De mannen van de reddingsmaatschappij zeggen ons de sloep voor anker te gooien en te voet naar de reddingsboot te lopen. Het is afgelopen. Er gebeurt niets meer. Lamgeslagen door deze mededeling volg ik de mannen naar de boot. De tranen biggelen over mijn wangen. Tien minuten en honderd meter weerhouden ons van het halen van de ht race. De kleine reddingsboot brengt ons naar de grote en op een niet heel charmante manier komen we aan boord. Een overbezorgde redster kijkt ons aan en vraagt de meest onnozele dingen. Nee, we zijn niet moe, nee we zijn niet blij we zijn kwaad en misschien een beetje koud, maar we hadden het hoe dan ook kunnen halen! En dat het nog steeds vrijdag is, weten we ook wel. Laat mij maar met rust! Had liever geholpen door de sloep mee te duwen. Via een omweg komen uiteindelijk, gehuld in onhandige foliedekentjes, op Terschelling aan. Ik trek meteen droge warme kleren aan en na een kort bezoekje aan ons volschip, klim ik nog altijd boos weer aan wal. Onze reserveroeisters Hannah en Anouk komen met, een voor de gelegenheid omgetoverde, troostprijs. Een appeltje voor de dorst. Het appeltje en het eerste biertje bieden vooralsnog even geen troost. Misschien wordt het later op de avond beter. Na een warme maaltijd en een douche voel ik me een beetje beter en besluiten we naar West te fietsen om de braskoer te vereren met een bezoekje. Ondertussen wordt onze sloep door de bergingsmaatschappij vlot getrokken en maakt de schipper zich op voor de terug reis zaterdagochtend vroeg. Het werd een leuke avond in de Braskoer waarbij genoteerd mag worden dat de oldtimers. ( Dat is de lief bedoelde term voor de dames van boven de 30) het licht hebben mogen uitdoen. De zaterdag bestaat voornamelijk uit liggen, liggen op de buik, op de rug, maar in ieder geval met je lijf op het gras voor de walvis. Onder het genot van een drankje, vliegt de dag om en al snel mogen we terug naar de Stay okay voor een warme maaltijd. Na een snelle douche wordt de fietstocht naar de tent gemaakt, waar we de prijsuitreiking mogen bijwonen. De boosheid borrelt weer even bij me op, maar wordt goed gemaakt door de gezelligheid en de sfeer van ons team. De avond eindigt rond een uur of half vier na een kort bezoekje aan boord van de Twirre ( daar was chips) en een snelle douche voor Hannah, die onder het bier en met het haar vol groene zeep een toch wel zeer 80`s kapsel had gekregen, weer op ons comfortabele bedje in de Stay Okay. De volgende dag ( iets minder vlot als de dag daarvoor) verlaten we na een goed ontbijt het eiland. Met de Tiger zijn we binnen het uur weer terug in een regenachtig Harlingen. Hoe typerend voor de HT race. Meiden bedankt voor het gezellige weekend. Petra je eerste ht werd er een om lang te onthouden. Stieneke welkom naast me op slag, Joyce respect voor het feit dat je zo zonder aarzeling of training bij ons bent ingestapt. Gerda op "oude" fietsen kun je ook fietsen, en fietsen…verleer je nooit nietwaar? Florian jou gaan we zeker missen je “laatste” ht hoeft voor ons echt de laatste niet te zijn. Martijn ik hoop dat je stem weer hersteld is je was soms letterlijke ons stuwende kracht! Rommert bedankt voor het beschikbaar stellen van de Deborah als volgboot, en het terug slepen van de sloep naar Harlingen. Supporters maar vooral Hannah en Anouk bedankt voor jullie aanmoedigingen. Erik en Gwen wat leuk dat jullie soms zo dichtbij konden komen. Geweldige foto`s geworden. |